jump to navigation

De Dalai Lama

Tekst van de uitzending over de Dalai Lama: programma Raya van Q-radio op zondag 24 oktober 1998:

Er verscheen onlangs samen met het uitkomen van de film Kundun, een werkelijk schitterend boek bij Ankh Hermes met de titel: de wereld van de Dalai Lama.

In dit boek wordt uit de doeken gedaan, hoe Tibet verdeeld werd in 4 groepen mensen: in de eerste plaats de nomaden, in de tweede plaats de monniken: bijna een kwart van de Tibetanen leefde voor de inval van China in een klooster, –in de derde plaats de aristocratie en in de vierde plaats de mensen die het land bebouwden en handel dreven: deze laatste mensen stonden meestal in dienst van de kloosters en de aristocratie, die samen het land bestuurden.

De nomaden waren min of meer de vogelvrijen, en doordat het land bestuurd werd door de aristocratie en de spirituele mensen gezamenlijk, waren er eigenlijk nooit uitwassen: het boeddhisme met hun compassie en medeleven zorgde er voor dat de aristocratie nooit al te decadent werd en de geestelijke kant kreeg ook nooit de oppermacht doordat ze zij aan zij met de aristocratie het land bestuurden.

Het boek staat vol met de meest prachtige foto’s en een aantal foto’s die mij diep raakten, waren foto’s van de aristocratische regenten: er staat een foto in van 4 regenten in vol ornaat, en het wonderlijke ervan is, dat dit allen vrouwen zijn! Het is prachtig om te zien dat er foto’s en beelden afgedrukt worden van vrouwen die de belangrijke posities bekleden. Als je bijvoorbeeld een hedendaags nummer van het gezaghebbende tijdschrift Time opent, zie je altijd alleen maar foto’s van vrouwen in de rol van fotomodel of zo, en foto’s van bestuurders zijn vrijwel altijd in het grijs geklede mannen. Zo krijgen we telkens beeldvorming van een heel paternalistische en kleurloze cultuur zonder dat we het in de gaten hebben, en de uitzondering die dit boek daarop maakt is heel bijzonder.

Niet zo lang geleden moest ik de horoscoop doen voor iemand die in Tibet geboren was. Om een horoscoop te maken heb je de coordinaten nodig van de plaats waar iemand geboren is, de Noorderbreedte en Oosterlengte dus, en ik heb een door astrologen uitgegeven boek met alle plaatsen over de hele wereld. Dus ik daarin zoeken naar Tibet, maar het was nergens te vinden. Tibet blijkt helemaal niet te bestaan in de ogen van de officiele wereld. Tot mijn ontsteltenis was Tibet in dit boek ingedeeld als provincie van China. Lijken de Tibetanen soms op Chinezen? Spreken ze Chinees in Tibet? Hebben ze een Chinese cultuur? Nou, over een aantal jaren misschien wel, want China heeft inderdaad Tibet ingelijfd als provincie en honderdduizenden Chinezen naar dat land gestuurd, en massa’s Tibetanen uit hun land verdreven of in ondergeschikte posities getrapt.

Wat is dat toch voor wereld, vraag je je af, waar oorspronkelijke bewoners van een land veroverd worden, vroeger ging dat zo met de Amerikaanse Indianen en de Aboriginals in Australie, met de Maori in Nieuw Zeeland, met de negers in Zuid Afrika, maar dus ook met de Tibetanen in Tibet. De Dalai Lama, die zowel geestelijk als wereldlijk leider is van de Tibetanen, is een leider die een plaatsje heeft veroverd in de harten en zielen van de mensen, maar niet officieel erkend wordt door de rest van de wereld. Gelukkig is het belangrijker in het oog van God om een plaatsje te hebben in het hart van mensen, dan dat je in officiele atlassen of andere geschiedschrijving een plaatsje veroverd als erkend politiek leider van een land. Het hart is belangrijker en eeuwigdurender.

Tegenwoordig leeft de – dus niet erkende- Tibetaanse regering in India, in Dharamsala: de Indiase regering heeft Tibet en al haar vluchtelingen liefdevol opgevangen bij hun vlucht toen de Chinezen Tibet binnenstormden en een ding is zeker, sinds het kapotmaken van de Tibetaanse cultuur in Tibet zelf, dat overigens al lang voorspeld was door de orakels van Tibet, is het Tibetaans Boeddhisme ook uit een behoorlijk geisoleerde positie verdreven en heeft zich over de hele wereld verspreid, en is nog steeds groeiende.

In het boek “De wereld van de Dalai Lama”wordt een hartverscheurend verslag geschreven van de Chinese invasie, en even later vertelt de Dalai Lama in een interview iets wat ik een heel bijzondere reaktie vind en kenmerk van een werkelijk verlicht of ingewijd mens. De volledige titel van het prachtige boekwerk luidt trouwens ook: De wereld van de Dalai Lama, de kijk van een ingewijde op zijn leven, zijn volk en zijn visie.

Onder leiding van Mao Tse Toeng was China in 1949 eindelijk 1 land geworden, de Volksrepubliek China, en direkt daarna was China al van plan om het buurland Tibet te “bevrijden”. Waarvan? — dat is zeer de vraag — zogenaamd van imperialistische onderdrukking: China onder leiding van Mao was een grote communistische beweging die de strijd aan ging met elke vorm van aristocratie, geestelijk of wereldlijk. Het kleine land Tibet was natuurlijk geen partij voor het grote buurland China en bovendien was hun politiek vredeslievend . De Chinese bezetting ging dus maar door en culmineerde in september 1951 met de bezetting van de hoofdstad van Tibet: de stad Lhasa, waar het Potala, het paleis van de Dalai Lama staat. En China begon met hun imperialisme en onderdrukte de Tibetanen. Alhoewel het op dit moment wat rustiger schijnt te zijn, presteerden ze het in 1988 zelfs nog om het Potala zelf binnen te dringen en het allerheiligste heiligdom binnen dat paleis te vernietigen. Op gezag van het Tibetaans orakel werd de Dalai Lama vanaf 17 november 1950 de koning van Tibet, hij was pas 15 jaar. Negen jaar lang duurde zijn leiderschap in Tibet zelf, maar wat China betreft werd het al snel duidelijk dat China’s bedoelingen niet vredelievend waren, maar dat ze het land gewoon wilden inpikken, inclusief alle grondstoffen waarvoor ze enorme schade aan de natuur aanrichtten. Om niet te spreken van alle Tibetanen die omgebracht werden. Voor het eerst deed armoede zijn intrede in Tibet. Stel je het volgende voor: terwijl de jongeren hier in het Westen in de 60er jaren luisterden naar muziek over vrede en liefde van de Beatles en een enorme vrijheid van expressie hadden, moest de Tibetaanse jeugd lijdelijk toezien hoe hun duizenden jaar oude cultuur kapotgeslagen werd en verbrand. Oude en kostbare godsdienstige geschriften, het werk van eeuwen, en altijd met de grootste eerbied en respect door de Tibetanen gebruikt, werd in een 5 dagen durend vuur verbrand of werd als pakpapier of zelfs toiletpapier gebruikt: van het allerhoogste naar het allerlaagste kun je wel zeggen. Prachtige boeddhistische beelden, schilderijen en fresco’s werden ontheiligd en vernield en historische gebouwen werden tot puin gereduceerd. Hier in het westen was de revolutie van de jeugd, en het uiterlijk gezag werd tot nul gereduceerd, in Tibet gebeurde het omgekeerde: daar was de Culturele Revolutie bezig, en waren de autoriteiten degenen die het volk monddood maakten. Twee kanten van een energie, ongelooflijk hoe dat zich in die periode zo uitwerkte. Veel mensen geboren in de zestiger jaren zijn geboren met de planeet Saturnus (het gezag) tegenover Uranus (de rebellie en de revolutie). Saturnus stond in Vissen trouwens in die tijd en Uranus in Maagd. Hier werd alles wilder, vrijer, en opener, in Tibet het omgekeerde. Hier waren we anti-autoritair, daar was er een dictatuur anti het boeddhisme van jewelste.

Dat noemen ze nu geloof ik het dualisme, hier op de Aarde, alles gebeurt altijd ergens anders precies omgekeerd.

De Bendes van de Rode Garde van China stroopten de straten af en sloegen alles wat Tibetaans was aan gruzzelementen. Ook werden er verkrachtingen uitgelokt en zinlose kruisigingen van mensen, waarbij de deelnemers gedwongen werden hun zogenaamde misdaden te bekennen, en waarbij hun families hen in elkaar moesten slaan. De straten waren onveilig, de huizen werden vaak snachts overvallen, en mensen werden domweg beschuldigd van contrarevolutionaire activiteiten zonder enige vorm van rechtvaardig proces. Zelfs het zeggen van gebeden, zoals het bekende Om Mani Padme Hum van de Tibetanen, werd als contrarevolutionaire activiteit gezien, want het belijden van een godsdienst was nu verboden. In de gevangenissen werden mensen gemarteld. Tegen 1970 hadden de Chinezen Tibet wel zo’n beetje onder controle, er werden enorme massa’s Chinese mensen heengevoerd die er nu leven, en er werden communes gevormd om de voedselproductie te maximaliseren. Vandaag de dag is Tibet nog steeds een bezet land, maar de Tibetanen zelf zijn een minderheidsgroep geworden, en de Tibetaanse regering leeft in ballingschap in India. De onderdrukking vandaag de dag is subtieler en gebeurt op bureaucratisch niveau.

En als je dit verhaal hoort, dan komt het revolutionaire bloed en het gevoel wat we ook hadden bij de Amerikanen in Vietnam weer omhoog: hoe kunnen mensen in staat zijn om zo bezeten te keer te gaan tegen andere mensen? Ik krijg allerlei woedende emoties over me, uiteindelijk natuurlijk emoties van onmacht, maar zie eens hoe de Dalai Lama daar zelf op reageert. Je raadt nooit wat de Dalai Lama in 1996 vertelde in een interview toen hem de vraag gesteld werd: Welke vooraanstaande internationale figuren bewondert u en waarom? De Dalai Lama gaf daarop het volgende antwoord: “In de eerste plaats voorzitter Mao!”

“Pardon?” denk ik bij mezelf en jullie misschien ook na dat verhaal van net, “hoe is dat nu mogelijk?”

“Nee, echt,” gaat de Dalai Lama verder, “sommige aspecten van Mao hebben hem tot een groot leider gemaakt. En aan sommige van zijn adviezen hebben we zeker wat gehad. Natuurlijk, naarmate de tijd verstreek werden andere, negatieve aspecten steeds duidelijker. Een paar andere Chinese leiders vond ik ook indrukwekkend, toen ik in 1945 in China was. En Daarna in India, in 1956, de eerste Indiase president, dr. Rajendra Prasad, die was ook een groot leider. En ook had ik veel respect voor Nehru, hoewel hij meer westers was dan Indiaas.

Van de westerse leiders die ik ontmoet heb, zo gaat de Dalai Lama verder, maakte Willy Brandt indruk op me. En Vaclav Havel en natuurlijk Nelson Mandela. En dan mijn recente ontmoeting met Lee Teng-hui, de president van Taiwan: hij is werkelijk een expert waar het de Chinese geschiedenis betreft, en is de eerste ooit door het volk gekozen president in 5000 jaar Chinese geschiedenis. Hij is zeer spiritueel, wat indruk op me maakt en toonde me zijn sterke verlangen om op het gebied van spiritualiteit meer te leren en het daadwerkelijk te beoefenen. “

Het blijkt dus dat de Dalai Lama zelfs respect kan opbrengen voor iemand die verantwoordelijk is geweest voor de ondergang van zijn land. Heel bijzonder, die Boeddhistische vreedzame houding die pleit voor onderling begrip tussen mensen.

Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat de Dalai Lama alles prima vindt wat er in Tibet is gebeurd, en dat hij niet erg graag terug zou willen naar zijn land.

Over de kwestie Tibet, en het fenomeen dat China Tibet heeft ingelijfd en de Tibetanen verdreven, vermoord of tot tweederangs burgers heeft gemaakt, – het lijken de Europeanen wel die Amerika veroverden en hetzelfde deden met de Indianen .. , vertelde de Dalai Lama eens het volgende: en ook dat lijkt wel wat op de reakties die ook de Indianen opperhoofden hadden, reakties van ingewijde mensen, die kennelijk toezien hoe minder geevolueerde wezens toch ogenschijnlijk winnen. Als iemand zich ooit nog eens afvraagt hoe het zit met collectief karma, dat een hele groep van mensen op zich kan laden , en wat we toch ooit in het verleden misschien wel anders hadden kunnen doen … enfin, de Dalai Lama is niet zo scherp, hij zei bijvoorbeeld het volgende:

“Gewoonlijk is dat wat je als tegenspoed ervaart de beste les. Daarom hebben we de laatste jaren sinds de Chinese bezetting veel geleerd. Gedurende deze periode hebben de Chinezen weliswaar enorme problemen gecreeerd, maar het voornaamste advies van het mahayana boeddhisme blijft toch dat wraak geen zin heeft. De Tibetanen die dit advies begrijpen, zullen geen rancune voelen jegens de Chinezen. Ik zei vaak: China heeft Tibet opgegeten, maar kan het niet verteren. Dat lijkt mij nog steeds zo te zijn””.

De Dalai Lama hoopt en pleit overal voor zelfbestuur van de Tibetanen over hun land, dat door ecologische rampen bedreigd wordt, vanwege het feit dat de Chinezen zonder enig plan voor de lange termijn hele stukken land ontbost hebben, en er nucleair afval storten.

De Dalai Lama is vooral een geestelijk leider, als hij niet een politiek erkend wereldlijk leider is. Hij geeft ook overal ter wereld cursussen in het Tibetaans Boeddhisme, en de praktische politieke toestand geven hem aanleiding de lessen van het Tibetaans Boeddhisme in praktijk te brengen en een voorbeeld te zijn voor ons allemaal. Gewoonlijk begint de Dalai Lama s’ochtends om vier uur met zijn meditatie en ’s avonds mediteert hij nog eens 1,5 uur. En verder is zijn voornaamste spirituele oefening, zoals hij zelf zegt in het boek “De wereld van de Dalai Lama”, de beoefening van altruisme, onbestendigheid (wat je ook vergankelijkheid of veranderlijkheid kunt noemen), en het altruististische streven, alle wezens te helpen verlichting te bereiken: bodhicitta genoemd, alsmede Leegte. Dat zijn de voornaamste punten in zijn spirituele beoefening, die de basis vormen voor zijn politiek leiderschap van het Tibetaanse volk.

Een van de vragen die een interviewer stelde aan de Dalai Lama was:

Onlangs hebt u gezegd dat als de Tibetaanse kwestie onopgelost blijft en de Tibetanen toch een Dalai Lama willen, u buiten Tibet zult reincarneren. Wat houdt dat precies in?

En de Dalai Lama antwoordt daarop het volgende:

“Als gedurende mijn leven de terugkeer naar Tibet niet geschiedt en de Tibetanen willen dat ik voortleef, dan zal ik logischerwijze buiten Tibet reincarneren omdat ik ook buiten Tibet als vluchteling ben gestorven. Het doel van reincarnatie is die taken die men in een vorig leven is begonnen maar niet heeft kunnen voltooien, af te maken. Dus in mijn leven als 14e Dalai Lama ben ik ergens aan begonnen, bijvoorbeeld de vrijheidsstrijd, wat nog niet is voltooid. De taak van de volgende reincarnatie is dat werk voort te zetten. Dus als de volgende reincarnatie in Tibet zou worden geboren en de Chinezen manipuleren die situatie, dan wordt die reincarnatie de vernietiger van het werk dat de 14e Dalai Lama is begonnen. Sommige hoge Chinese regeringsfunctionarissen hebben immers gesteld, dat de hele Tibetaanse kwestie in hoge mate van 1 mens afhangt. Die persoon wordt nu steeds ouder en als die er ooit niet meer zal zijn, zullen ze een nieuwe, jonge Dalai Lama kiezen. Dan zal er geen toekomst meer zijn voor de Tibetaanse vrijheidsstrijd. Dit werd al in het begin van de jaren tachtig gezegd en is een dwaze berekening van de Chinese regeringsfunctionarissen. Daarom denk ik dat het politiek gezien noodzakelijk is de zaak duidelijk te stellen voor het geval ik overlijd.”

Maar hoe zat het eigenlijk met zijn huidige reincarneren en zijn geboorte? Zoals je misschien weet worden sommige ingewijde zielen die een bepaalde functie bekleden, zoals de Dalai Lama, telkens opgevolgd door een zelfde ziel die bij zijn overlijden aanwijzingen geeft over waar hij na zijn volgende geboorte opnieuw gevonden zal kunnen worden. De huidige Dalai Lama is de 14e reincarnatie van de Dalai Lama die op 6 juli 1935 werd geboren in het dorpje Takster, in de provincie Amdo in Noord-Oost Tibet en volgens een horoscoop die ik wel vind passen voor de Dalai Lama om 10 over 4 ’s ochtends gerekend in Greenwich Tijd, hetgeen hem een Maagd Ascendant geeft. Hij werd geboren met de Zon in het teken Kreeft, die in deze horoscoop in het 10e huis staat, hetgeen een goed teken is voor leiderschap. De Dalai Lama werd geboren als Lhamo Thondup en groeide op in een dorpje van ongeveer 20 gezinnen heel normaal en onopvallend tot op een dag een groep handelsreizigers bij het huis aan kwam en vroegen of ze thee konden drinken, een normaal Tibetaans gebruik. In feite was de groep een gezelschap vooraanstaande personen die incognito reisde, op zoek naar de nieuwe reincarnatie van de Dalai Lama. Ze waren naar dat gebied en dat speciale huis geleid via een aantal signalen en visioenen sinds de dood van de 13e Dalai Lama. De hoge lama die aan het hoofd stond van de expeditie kreef een stoel aangeboden in de keuken en daar werd hij benaderd door een kleine jongen die op zijn knieen klom met een vertrouwelijkheid die ongewoon was voor zo’n jong kind. Hij pakte de gebedskralen die om de nek van de zogenaamde bediende hingen, en die in feite van de 13e Dalai Lama waren geweest, en vroeg de bediende om hem dat snoer te geven, omdat het van hem was! En de hoge lama antwoordde dat hij de gebedskralen kon krijgen als Lhamo Thondup, het kleine jongetje, kon vertellen wie hij was. Tot zijn verbazing vertelde de kleine jongen hem in het dialect van Midden-Tibet, dat hij onmogeijk ergens kon hebben opgepakt, dat hij een lama uit het Sera-klooster was.

Een paar dagen later kwam de expeditie terug met nog een aantal voorwerpen die het kind formeel moest identificeren, wat de kleine jongen ook zonder enige vergissing deed. Hij moest ook een kort lichamelijk onderzoek ondergaan, om te kijken of hij beschikte over de 8 traditionele fysieke kenmerken van Dalai Lama”s waaronder bijvoorbeeld grote oren en lange ogen met naar boven gebogen wenkbrauwen. Na dat alles besefte de expeditie dat ze inderdaad de 14e Dalai Lama hadden gevonden.

Toen het nieuws van de ontdekking bekend werd, besloot de plaatselijke gouverneur van deze gebeurtenis te profiteren (mensen blijven mensen en soms heel egoistisch, waar ook ter wereld): hij weigerde de nieuwe Dalai Lama te laten gaan, tenzij men een afkoopsom zou betalen. Er ging enige tijd overheen, maar uiteindelijke gebeurde dat, en na een paar weken werd het jongetje naar het Kumbum klooster gestuurd. Het was in Tibet heel gebruikelijk dat jonge kinderen al op zeer jonge leeftijd naar het klooster gaan. Natuurlijk waren die eerste weken voor de Dalai Lama niet makkelijk: de Dalai Lama miste zijn ouders, zoals elk jongetje dat zou doen. Toen de Dalai Lama 4 jaar oud was begaf men zich op weg naar Lhasa met hem, hetgeen een heel lange reis was. Een jaar later werd hij officieel geinstalleerd als geestelijk leider van Tibet, hij was toen 5 jaar oud.

Een dag van de Dalai Lama er als volgt uit : hij stond meestal om 6 uur op en mediteerde en bad gedurende een uur. Voor het eerste studieblok kreeg hij een ontbijt bestaande uit thee, tsampa, en honing. De lessen, die van alleen lezen uitgebreid werden met schrijven en het uit het hoofd leren van allerlei godsdienstige teksten, duurden tot ongeveer tien uur. Dan woonde hij een regeringsvergadering bij. Deze bijeenkomsten waren een formaliteit, waarbij de Dalai Lama met alle verschuldigde eerbied werd behandeld, hoewel hij in de beginjaren nog maar een jong kind was. Op die wijze raakte hij vertrouwd met zowel regeringszaken als met de rol die hij in toenemende mate als leider zou gaan spelen.

Dan volgde er weer een studieblok, waarin hij de tekst die hij eerder op de ochtend uit het hoofd had geleerd, moest reciteren. En voor de lunch kreeg hij dan gelegenheid om te spelen, wat hij het liefste deed, heel natuurlijk. Buitenlandse bezoekers brachten heel vaak speelgoed voor hem mee en de jonge Dalai Lama vond oorlogje spelen met tinnen soldaatjes heel leuk, maar toen hij wat ouder werd, gaf hij er de voorkeur aan de tinnen soldaatjes om te smelten en er vervolgens monniken van te maken!

Na de lunch volgden er weer lessen. Het belangrijkste vak was boeddhistische filosofie en zo’n studiedag eindigde dan rond half zes, waarna er weer een paar vrije uren waren voor het diner. De Dalai Lama herinnert zich hoe hij in die uren met zijn telescoop boven op het dak van het paleis de Potala ging staan om te kijken naar de gevangenen in de staatsgevangenis die ver beneden lag. Hij beschouwde die gevangenen als zijn vrienden en hield ze nauwkeurig in de gaten. Ze wisten dat en altijd als ze hem zagen staan knielden ze. De Dalai Lama herkende ze allemaal en wist altijd wanneer er iemand was vrijgekomen of iemand nieuw was aangekomen.

Het diner bestond vervolgens uit thee, soep en soms een beetje vlees, yoghurt en brood en werd gevolgd door een avondwandeling, waarbij de heilige geschriften werden gereciteerd, of gewoon verhalen werden verzonnen. Daarna ging hij naar bed. Hij sliep in dezelfde kamer waarin de 5e Dalai Lama had geslapen, maar die sindsdien nauwelijks was gebruikt. In het oude beddegoed huisden muizen, notabene, die zich voedden met de dagelijkse voedseloffers op het altaar. De kamer was oud en vochtig, koud en maar half verlicht. De Dalai Lama kroop lekker in de met kussens gevulde houten doos die als bed diende en die met rode gordijnen was bekleed, en viel in slaap bij het geluid van de heen en weer rennende muizen, de geur van wierook en de brandende boterlampjes. Alles went zullen we maar zeggen…

Intussen leeft de Dalai Lama dus in India in ballingschap. Men heeft hem vaak horen zeggen, dat hij een eenvoudige boeddhistische monnik is, en wanneer hij vrij is van officiele internationale bezoeken en de beslommeringen van de Tibetaanse regering in ballingschap, voelt hij zich ook het prettigst in die rol. Hij tracht ten mminste 5,1/2 uur per dag door te brengen met meditatie, gebed en het lezen van de heilige geschriften, hoewel deze activiteiten niet losstaan van de andere aspecten van zijn leven. Terwijl hij eet, bestudeert hij bijvoorbeeld vaak een religieuze tekst en de boeddhistische geschriften bevatten speciale gebeden die een gelovige voor vrijwel alle dagelijkse bezigheden kan zeggen. Aangezien de Dala Lama veel tijd onderweg is, bidt hij ook tijdens het reizen.

De reden waarom de Dalai Lama dit doet is omdat hij, volgens zijn eigen zeggen, daardoor bijdraagt aan de vervulling van zijn dagelijkse plichten, in de tweede plaats helpt het hem de tijd produktief door te brengen en in de derde plaats doet het angst verdwijnen.

Op een gewone dag staat de Dalai Lama tegenwoordig om 4 uur ’s ochtends op en begint de dag met het reciteren van mantra’s. Hij drinkt een kopje heet water met Tibetaanse geneeskrachtige kruiden en doet dan een aantal godsdienstoefeningen waaronder knievallen. Een goede vorm van gymnastiek dus!

Daarna wandelt hij in de ochtendschemering en tijdens het ontbijt luistert hij soms naar de radio, naar BBC’s World Service of leest een religieuze tekst. Dan mediteert hij een paar uur en tot de lunch verdiept hij zich in boeddhistische filosofie. De middag wordt in beslag genomen door regeringszaken, audienties, interviews en allerlei officiele verplichtingen, en daarna volgt het diner om 6 uur. Soms leest hij dan nog de krant of kijkt watt televisie voordat hij de dag opnieuw met meditatie beeindigt zo rond 9 uur s avonds.

Het rigoreuze ritme van zijn dagen heeft hij dus al wel op heel jonge leeftijd aangeleerd toen hij als Dalai Lama herkend werd en naar Lhasa werd gebracht.

Naast al die uren meditatie die hij overigens dagelijks doorbrengt, doorbreekt de Dalai Lama de routine een paar weken per jaar ook nog eens voor een meditatie retraite. En in zo’n retraite besteedt hij notabene 12 uur per dag aan allerlei oefeningen wat voor hem een welkome afwisseling is van zijn officiele plichten. Maar het wezen van een ”eenvoudige boedhistische monnik’ -, is juist anderen te helpen geluk te vinden en lijden te vermijden. En door zijn openbare lessen en voordrachten raakt hij het leven van mensen overal ter wereld heel diep, doordat hij de oude spirituele filosofieen die ons allen in staat stellen gelukkig te worden met hen deelt.

Op 10 december 1989 ontving de Dalai Lama de Nobelprijs voor de vrede. Tijdens de ceremonie ter gelegenheid daarvan gaf een Duits parlementslid, Petra Kelly, het volgende opvallende commentaar:

Ik vind de Dalai Lama als man een van de zeer weinige zachte, vrouwelijk-denkende, milieubewuste en niet slechts op een zaak gerichte leiders. Daarvan zijn er maar een paar in de wereld. Daarom blijven vele deuren voor hem gesloten, omdat de taal die hij spreekt, zijn spiritualiteit, niet wordt begrepen door de materialistische wereld en dus ook niet door de Chinezen, omdat de materialistische filosofie die de Chinese regering aanhangt niets kan aanvangen met de spiritualiteit van de Dalai Lama. Ik denk dat de denkwijze van de Dalai Lama effectiever is en van meer politiek inzicht getuigt, door telkens naar voren te brengen dat geweldloosheid de enige oplossing is in dit atoomtijdperk.”

Over de vraag wat de Dalai Lama denkt van de ontmoeting van het Tibetaans Boeddhisme met de moderne westerse samenleving zegt hij :

“Ik heb altijd het gevoel dat het boeddhisme, evenals alle andere grote wereldgodsdiensten dat zonder twijfel doen, zich bezighoudt met het fundamentele menselijke lijden en menselijke problemen. In het bijzonder het boeddhisme – dat is immers een pad dat die moeilijkheden aanpakt door middel van geestelijke inspanning. Voor zover het fundamentele menselijke emotionele problemen betreft geloof ik dus niet dat er wezenlijke verschillen bestaan tussen oosterse en westerse mensen. Er zijn wel enige culturele verschillen, maar het boeddhisme leert dat alle mensen hetzelfde zijn, of gelijk; echte verschillen zijn er niet. Gewoonlijk kijken mensen naar de boeddhistische traditie vanuit de invalshoek van kunst of muziek en krijgen zo een algemeen beeld van een bepaalde religie. Anderen vormen zich een globaal idee over wat die godsdienst inhoudt op grond van het gewaad dat monniken van een bepaalde traditie dragen. Er zijn natuurlijk verschillen. Bij het horen van het woord boeddhisme denken we gewoonlijk onmiddellijk aan tempels en zo, maar als iemand de grot van Milarepa zou bezoeken, zou die geen speciaal boeddhistische of christelijke indruk oproepen, gewoon niets, een lege grot.

Daarom denk ik dat de essentie van het boeddhisme de Vier Edele Waarheden zijn: lijden, de oorzaak van lijden, het beeindigen van het lijden en het pad dat voert tot de beeindiging van het lijden. Alsmede twee waarheden: de conventionele werkelijkheid: hoe we de wereld waarnemen, en de uiteindelijke werkelijkheid: hoe de dingen waarachtig zijn. Die te begrijpen vraagt geestelijke inspanning en daarin maakt het geen verschil of men oosterling of westerling is.”

Als je zo de uitspraken van de Dalai Lama leest of hoort, dan valt het jou misschien ook op hoe eenvoudig en helder hij alles uitlegt. Dat is misschien wel een kenmerk van een ware ingewijde, en al is hij dan geen erkend wereldleider door de politieke grootmachten in de wereld, de werkelijke erkenning komt van iets anders, van zijn eigen vrede met zijn eigen ziel, zoals misschien alleen een ingewijde dat kan uitstralen.

(Tekst: Joyce Hoen – met citaten uit: “De wereld van de Dalai Lama”, Ankh Hermes, 1998)  

Advertenties
%d bloggers liken dit: