jump to navigation

Kahlil Gibran

De dichter en filosoof ahalil Gibran werd geboren in Libanon. Zijn werk is in meer dan 20 talen vertaald en zijn schilderijen en tekeningen zijn ook over de hele wereld tentoongesteld. In de laatste 20 jaar van zijn leven toen hij in Amerika woonde, begon hij in de engelse taal te schrijven. De Profeet is wel zijn bekendste boek , vol diepe waarheid en inspiratie.
Een voorbeeld van een tekst uit de Profeet met als onderwerp

Vreugde en Verdriet
En een vrouw vroeg hem: spreek tot ons over Vreugde en Verdriet

En hij antwoordde:

Jouw vreugde is jouw verdriet zonder masker.
En dezelfde bron van waaruit jouw gelach opklinkt werd vaak gevuld met tranen.
En hoe zou het ook anders kunnen zijn?
Hoe dieper verdriet zich in jouw wezen een weg baant, hoe meer vreugde het ook kan bevatten.
Is de kop die jouw wijn bevat niet dezelfde kop die in de oven van de pottenbakker gebakken werd?
En is niet de luit die jouw geest troost hetzelfde hout dat met messen hol werd gemaakt?
Als je vreugdevol bent, kijk dan diep in je hart, en je zult merken dat alleen dat wat je ook verdriet gaf je nu vreugde geeft.
Als je vol verdriet naar binnen kijkt in je hart zul je zien dat in werkelijkheid je huilt voor dat wat eens je vreugde was.
Sommigen van jullie zeggen: ” vreugde is groter dan verdriet” en anderen zeggen: “nee, verdriet is groter”.
Maar ik zeg je : ze zijn onafscheidelijk.
Samen komen ze en als je samen met een van hen bent, onthoud dan dat de andere op je bed slaapt.
Je bent werkelijk een weegschaal die heen en weer gaat tussen je verdriet en je vreugde.
Alleen als je leeg bent en stil, dan ben je in balans.

Geboorte en jonge jaren
(1883-1895)

Gibran Khalil Gibran werd geboren op 6 januari 1883 in Bsharri, een berggebied in Noord-Libanon.
Libanon was toen een Turkse provincie van het Grotere Syrie en onderworpen aan de Ottomaanse overheersing. De mensen van de berg Libanon hadden al verscheidene jaren gestreden voor hun onafhankelijkheid, en Khalil Gibran zou zich hier later ook aktief mee bezighouden. Het was een roerig gebied, met nogal wat religieuze haat tussen de Christelijke sekte van de Maronieten waartoe Gibran behoorde en de Moslim bevolking. De Maronieten waren gevormd tijdens een schisma in de Byzantijnse kerk in de 5e eeuw door een groep Syrische Christenen, die de monnik Marun volgden.

Khalik Gibran’s moeder was 30 toen ze Gibran baarde van haar derde echtgenoot, die overigens een nogal onverwantwoordelijk type bleek te zijn en het gezin tot armoede bracht. Gibran had een halfbroertje dat 6 jaar ouder was en twee jongere zusjes waar hij zijn hele leven heel sterk mee verbonden was. Kamila, zijn moeder, kwam uit een heel prestigieuze religieuze achtergrond, en alhoewel ze niet gestudeerd had, kon ze toch met haar sterke wil haar gezin later in de Verenigde Staten geheel alleen opvoeden.
Maar Gibran groeide dus op in Bhsarri, hij was een solitair en nadenkend kind dat veel hield van de prachtige natuurlijke omgeving vol watervallen, de ruwe kliffen en de groene cederbomen. Aangezien ze erg arm waren, kon hij geen fatsoenlijke opleiding krijgen, en de enige opvoeding die hij kreeg was van de lokale priester die hem indoctrineerde met de essenties van de Bijbel en van de Arabische talen. De priester leerde hem ook het alfabet en leerde hem lezen waardoor er voor Gibran een wereld openging.

Toen Gibran 10 jaar oud was, viel hij van een klif, en verwondde zijn linker schouder, waar hij de rest van zijn leven last van zou hebben. Om zijn schouder weer recht te zetten, bond zijn familie het aan een kruis en zo liep hij veertig dagen rond,. hetgeen een nogal symbolisch incident is in samenhang met het ronddolen van Christus gedurende 40 dagen, en Gibran bleef hier altijd aan denken.
IMMIGRATIE NAAR DE V.S.
(1895-1898)

Tijdens de conjunctie van Neptunus en Pluto in het tekenTweelingen eind vorige eeuw, pal op zijn Descendant en oppositie zijn Maan, toen Gibran acht jaar oud was, werd zijn vader beschuldigd van belastingontduiking en naar de gevangenis gebracht. De Ottomaanse autoriteiten namen al hun bezittingen in beslag en zo raakte de familie dakloos. Eerst woonden ze een tijdje bij familie tot de moeder besloot naar Amerika te emigreren. De vader werd uit de gevangenis ontslagen in 1894 maar hij was nogal onverantwoordelijk en besluiteloos en hij bleef in Libanon. En op 25 juni 1895 vertrokken de Gibrans naar de kusten van New York. Ze gingen naar Boston waar de op een na grootste Syrische gemeenschap in Amerika op dat moment verbleef. Moeder Kamila was nu de broodwinner. De eerste jaren waren heel armoedig en later besloot Khalil Gibran zijn herinneringen te wijzigen, het vuil, de armoede en al die toestanden uit te bannen uit zijn herinnering. Het werk van liefdadigheidsinstellingen in die buurten zorgde er wel voor dat Gibran naar school kon zodat ze niet op straat hoefden te blijven hangen, en Gibran was het enige gezinslid dat naar school zou gaan. Zijn zusters mochten er niet heen, vanwege allerlei tradities uit het Midden Oosten en ook vanwege financiele moeilijkheden. Gibran was later heel erg voor emancipatie van de vrouw en zou zichzelf omgeven met sterke, intellectuele en onafhankelijke vrouwen.
Op school werd zijn naam foutief geregistreerd als Kahlil Gibran en zo bleef dat voor de rest van zijn leven, ondanks herhaalde pogingen dit weer te veranderen. Gibran ging naar school vanaf 30 september 1895, nog geen twee maanden na zijn aankomst in Amerika. Hij werd in een lagere klas gereserveerd voor immigrantenkinderen gestopt waar ze helemaal opnieuw Engels moesten leren.

Uiteindelijk leidde Gibrans nieuwsgierigheid hem naar de culturele kanten van Boston en hij kwam in aanraking met de wereld van het theater, de opera en de galerieen. Zijn leraren op school zagen de artistieke kwaliteiten van zijn tekeningen en brachten hem in contact met een kunstenaar en iemand die zich bekommerde om kunstenaars – in 1896. In die scene veranderde Gibran’s geloof van wat hij eerst noemde van een katholiek naar een heiden.
Gibran raakte al snel bekend maar zijn familie dacht dat vroeg succes niet goed was en stuurde hem terug naar Libanon om zijn opvoeding te voltooien en Arabisch te leren.

Terug in Libanon
(1898-1902)

Gibran was klaar met zijn opleiding in 1902 en had het aardig aan de stok met zijn vader die niet zo geleerd was, en hij besloot ergens anders te gaan wonen, zonder geld, in omstandigheden die hij zijn hele leven zou verafschuwen. De armoede in Libanon, het nieuws dat zijn broer tbc had, zijn zuster maagklachten, en zijn moeder kanker kreeg gaf een moeilijke periode. In maart 1902 besloot Gibran Libanon te verlaten

Dood in de familie en terugkeer naar de VS
(1902-1908)

Hij kwam echter te laat, zijn zus Sultani stierf op 14 jarige leeftijd op 4 april 1902, de eerste van een serie sterfgevallen in de familie.In die periode ging hij veel om met een vrouw uit Boston op wie hij verliefd was, die hem haar jonge profeet zou noemen, en dat later de inspiratie voor zijn boek De Profeet zou worden, dat hij aan Josephine opdroeg.
In het jaar daarna stierf zijn moeder aan kanker (28 juni 1903) , nadat eerst zijn broer overleden was aan tbc (12 maart 1903)
Gibran verkocht de zaak van het gezin en kreeg op 3 mei 1904 een tentoonstellling waar hij Mary Haskell zou ontmoeten, die dertig was, tien jaar ouder dan Gibran. Zij financierde Gibrans artistieke ontwikkeling. Mary Haskel was hoofd van een school, een jonge, onafhankelijke vrouw met een sterke wil, die sterk stond in de vrouwenbeweging. Zij was degene die veel van Gibran’s werk zou editen in het engels voordat het naar de uitgevers ging. Uren spendeerde ze met hem, en probeerde zelfs Arabisch te leren om iets van zijn geest te begrijpen zodat het op een juiste manier in het engels vertaald kon worden!

Uit: De Profeet:

OVER GOED EN KWAAD

En een van de ouderen uit de stad zei:”Spreek tot ons over Goed en Kwaad”

En hij antwoordde:

Ik kan spreken over het goede in jou, maar niet over het kwade.
Want wat is het kwade anders dan het goede dat gekweld wordt door zijn eigen honger en dorst?
Waarlijk, als het goede hongerig is, zoekt het voedsel zelfs in donkere grotten, en als het dorstig is drinkt het zelfs van dode wateren.
Je bent goed als je een bent met je zelf.
Maar als je niet een bent met jezelf ben je nog niet kwaad.
Want een verdeeld huis is geen dievennest, het is alleen een verdeeld huis.
En een schip zonder roer kan doelloos tussen de gevaarlijke ijslanden ronddobberen en toch niet zinken naar de bodem.
Je bent goed als je probeert van jezelf te geven.
Maar je bent niet kwaad als je voor jezelf winst zoekt.
Want als je winst zoekt ben je slechts een wortel die zich vastklampt aan de aarde en van haar borst drinkt.
Bedenk dat de vrucht niet tegen de wortel kan zeggen: “Wees zoals mij, rijp en vol en atijd gevend van zichzelf.””
Want voor de vrucht is het geven een noodzaak, net zoals het ontvangen een noodzaak is voor de wortel.
Je bent goed als je compleet wakker bent in je spraak.
Maar je bent nog niet kwaad als je slaapt terwijl je tong stamelt zonder doel.
En zelfs een stotterende spraak kan een zwakke tong sterker maken.
je bent goed al je stevig naar je doel wandelt
Maar als je op een been voortstrompelt ben je daarom nog niet slecht
En zelfs zij die strompelen gaan niet terug.
Maar jij die sterk en snel bent, zorg er voor dat je niet voor de lammen loopt, denkend dat je vriendelijk bent.
Je bent goed op duizenden manieren, maar je bent nog niet kwaad als je niet goed bent.
Je bent alleen aarzelend, en traag.
Het is jammer dat de racehond de schildpad zijn snelheid niet kan leren.
In je verlangen naar je hoger zelf ligt je goedheid, en dat verlangen ligt in ieder van jullie.
Maar in sommigen van jullie is dat verlangen een woeste stroom die met alle macht naar de zee voortraast, en de geheimen van de heuvels en de liederen van de bossen met zich mee draagt.
En in anderen is het een zwak stroompje dat zichzelf verliest in bochten en hoeken en aarzelt voor het de kusten bereikt.
Maar laat niet degene die sterk verlangt zeggen tegen degene de weinig verlangt: Waarom ben je zo langzaam en aarzelend?
Want degene die werkelijk goed is vraagt niet aan de naakte: waar zijn je kleren, noch aan de dakloze: wat is er met je huis gebeurd?

Naar Parijs en New York
(1908-1914)

Op 1 juli 1908 ging Gibran naar Parijs voor zijn studie en zijn kunstbeoefening. Maar Gibran moest niet zo veel hebben van regels en wilde zichzelf op een vrije manier uitdrukken. En dus verliet hij de opleiding en later verhuisde hij naar London om uiteindelijk op 31 oktober 1910 terug te keren naar de USA. De periode van zijn reizen was nu afgelopen en hij ging zich concentreren op zijn schrijven. Hij verhuisde naar New York, maar werd nog steeds gefinancierd door Mary Haskell, de vrouw die hem ook steeds hielp met zijn engels.

Mary wilde overigens niet met hem trouwen, ondanks het aanzoek van Khalil Gibran. Maar wel steunde ze hem op alle fronten en vlakken.

OVER HET HUWELIJK schreef Gibran in de Profeet:
Amrita vroeg: Maar wat over het huwelijk, meester?

En hij antwoordde met het volgende:

Je werd samen geboren en zult eeuwig samen zijn.
je zult samen zijn als de witte vleugels van de dood je dagen zullen eindigen. Je zult eeuwig samen zijn in de herinnering van God
Maar laat ruimte in je samenzijn
En laat de winden van de hemel tussen jullie in dansen
Hou van elkaar maar maak van de liefde geen binding
Laat het liever een veranderende zee zijn tussen de kusten van jullie zielen
Vul elkaar maar drink niet van dezelfde kop
Geef elkaar je brood maar eet niet van hetzelfde brood
Zing en dans samen en wees vol vreugde, maar laat elk van jullie alleen zijn
Geef van je hart maar geef je hart niet in bewaring bij de ander
Want alleen de hand van het Leven kan jullie harten bevatten
En sta samen, maar niet te dicht op elkaar
Zoals de eikenboom en de cypres ook niet in elkaars schaduw groeien
EN OVER DE LIEFDE

Toen zei Almitra: “Spreek tot ons over de Liefde”

En hij hief zijn hoofd op en keek naar de mensen, en hij werd stil. En met een diepe stem zei hij toen:

Als liefde je uitnodigt hem te volgen alhoewel zijn wegen moeilijk en steil zijn, en als zijn vleugels je omgeven, dan buig je je voor hem.
Het zwaard dat verstopt zit onder zijn kleren kan je verwonden, en als hij spreekt geloof je hem, alhoewel zijn stem je dromen kan vernietigen zoals de Noordenwind de tuin in een woestijn kan veranderen
Want zoals de liefde je kroont zo zal de liefde je kruisigen. De liefde is voor je groei maar ook om je te kortwieken.
Zelfs als hij opstijgt en je teerste takken die in de zon trillen streelt, zo zal hij ook naar je wortels gaan en ze heen en weer schudden terwijl je je vastklemt aan de aarde.
Hij kneedt je tot je zacht bent en dan neemt hij je mij naar zijn heilig vuur, zodat je gewijd brood mag worden voor het heilige feest van God.
Al deze dingen zullen de liefde je aandoen zo dat je de geheimen van je hart leert kennen, en in die kennis een deel van het hart van het leven kunt worden.
Maar als je in je angst alleen op zoek bent naar de vrede en de pleziertjes van de liefde dan is het beter voor je je naaktheid te beschermen en buiten bereik van de liefde te blijven en in de wereld zonder seizoenen gaat wonen, om te lachen, maar niet totaal, en om te huilen, maar niet totaal.
De liefde geeft niets anders dan zichzelf en neemt niets anders dan van zichzelf.
De liefde bezit niet noch kan het in bezit genomen worden. Want de liefde is zichzelf genoeg.
Als je liefhebt moet je niet zeggen: God is in mijn hart, maar liever: ik ben in het hart van God
en denk maar niet dat je de richting van je liefde kunt leiden, want als de liefde je waardig vindt, leidt hij je.
Liefde heeft geen andere wens dan zichzelf te vervullen.
Maar als je liefhebt en zo nodig wensen moet hebben, laten dit dan je wensen zijn:
te smelten en een stromende beek te worden die de melodie van de liefde tot in de nacht door zingt
de pijn te kennen van te veel tederheid
gewond te worden door je eigen begrip van de liefde
gewillig te bloeden en zelfs met vreugde.
Tegen zonsopgang wakker te worden met een hart met vleugels en dankbaar te zijn voor nog een dag vol liefde
te rusten tegen de middag en te mediteren over de ecstase van de liefde
s avonds thuis te keren met dankbaarheid
en dan te slapen met een gebed voor de geliefde in je hart en een lied op je lippen.
1914-1923 (de publicatie van de profeet)

Rond 1918 begon hij te werken aan De Profeet. Tot die tijd had hij voornamelijk in het Arabisch gepubliceerd, maar Mary Haskell moedigde hem aan de Profeet in het Engels te publiceren. Tussen zijn andere werken door bleef hij daaraan werken. In 1920 was driekwart van zijn meest bekende boek klaar. Tegen Mary Haskell zei hij : Ik weet nu dat ik een deel van het geheel ben, een klein fragment van een fles. Nu weet ik waar ik in pas en op een bepaalde manier ben ik de fles en de fles is mij.
Tegen 1922 kreeg Gibran last van zijn hart, misschien als een symptoom van een hartchakra dat zich begon te openen, wie zal het zeggen. Een paar maanden voor de publicatie van de Profeet, somde Gibran zijn boek op voor Mary met de woorden: Wat de Profeet je vertelt is maar een ding: ” je bent veel grootser dan je weet – en alles is goed zoals het is. ”

(1923-1931)
In de laatste jaren van zijn leven, 1923-1932, verminderde Mary Haskells invloed op Gibran’s leven maar hij ontmoette een andere vrouw, Henriette Beckenbridge die na zijn dood een belangrijke rol zou spelen met de verdere uitgave van zijn werk. . Tegen 1926 was Gibran een heel beroemd iemand, maar tegen 1928 begon zijn gezondheid achteruit de gaan en Gibran zocht vergetelheid in alcohol. Terwijl alcohol verboden begon te worden in de Verenigde Staten, de jaren van de Prohibition daar, begon hij juist een alcoholicus te worden.

Over de dood schreef Khalil Gibran het volgende:

Toen vroeg Amrita: spreek tot ons over de Dood.
En hij zei:
Je wilt het geheim van de dood weten.
Maar hoe zul je dat vinden tenzij je zoekt in het hart van het leven?
De uil die alleen in de nacht kan kijken kan het mysterie van het licht niet kennen
Als je echt de ziel van de dood wilt kennen, open je hart dan voor het leven
Want leven en dood is een, zoals de rivier en de zee ook een zijn.
In de diepten van je hoop en je wensen, ligt de stille kennis van het gindse
En zoals zaden die dromen onder de sneeuw droomt jouw hart van de lente Vertrouw op de dromen, want in hen ligt de poort naar de eeuwigheid
Je angst voor de dood is alleen het trillen van de schaapherder als hij voor de koning staat die zijn hand oplegt om hem eer te betonen.
Hij zal het merk van de koning dragen en is dat niet vreugdevol?
Maar toch houdt hij zich meer bezig met het trillen van zijn angst
maar wat is de dood anders dan naakt in de wind te staan en in de zon te versmelten?
En wat is het ophouden van de adem anders dan vrij te zijn van de adem met zijn rusteloze eb en vloed, zodat het omhoogrijst en God onbekommerd tegemoet kan gaan?
Alleen als je drinkt van de rivier van de stilte zul je inderdaad kunnen zingen.
En als je de bergtop bereikt hebt dan zul je beginnen te klimmen
En als de aarde je botten claimt pas dan zul je werkelijk dansen.

Op 10 april 1931 stierf Kahlil Gibran op 48 jarige leeftijd in New York. Na zijn dood werd zijn status bijna verheven tot die van een god, hij werd enorm geidoliseerd. Als een persoon misschien niet nodig, maar als de geest achter het werk De Profeet, waarin hij mensen vertelde dat iedereen veel groter is dan zij denken, in overeenstemming met zijn ware spirituele kracht.

Een van zijn meest bekende teksten is wel zijn tekst over kinderen:

OVER KINDEREN

En een vrouw met een kind aan haar boezem zei: Spreek tot ons over kinderen.
En hij zei:

Je kinderen zijn je kinderen niet.
Ze zijn de zonen en dochteren van het Verlangen van het leven naar zichzelf.
Ze komen door je maar zijn niet van je.
En alhoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe
Je mag hun je liefde schenken, maar niet je gedachten
Want ze hebben hun eigen gedachten
Je mag hun lichamen een huis geven, maar niet hun zielen
Want hun zielen vertoeven in het huis van morgen, dat je niet kunt bezoeken, zelfs niet in je dromen
Je kunt proberen als hen te zijn, maar maak ze niet gelijk aan jou
Want het leven gaat niet terug noch draalt het bij gisteren

Jullie zijn de bogen waarmee de kinderen als levende pijlen voortgezonden worden
God die de boogschutter is ziet het doel op het oneindige pad, en Hij buigt jou met al Zijn macht zodat Zijn pijlen ver gaan.
Laat je met blijheid buigen, want op dezelfde manier als dat hij zijn pijlen liefheeft, zo heeft hij ook de boog lief die stabiel is om de pijlen mee af te schieten

Een van de uitspraken van Gibran
het licht van de sterren die eeuwen geleden reeds uitgedoofd waren, bereikt ons vandaag nog steeds. En zo ook met de grote mens die eeuwen geleden reeds stierf maar ons nog steeds bereikt met de uitstraling van zijn persoonlijkheid.
En zo is zijn boek De Profeet een licht dat ver na zijn dood ons herinnert aan ons eigen hart en echte zelf.

(Joyce Hoen, maart 1999 – De door mij opnieuw gemaakte vertalingen van teksten uit de Profeet zijn van teksten die vrij over het Internet verspreid zijn))

Advertenties
%d bloggers liken dit: